Is detentie van kinderen een middel om gezinnen aan te moedigen tot een betere samenwerking met de overheid?

Nee, integendeel.

Na uitgebreid wereldwijd onderzoek concludeerde de International Detention Coalition dat detentie om immigratieredenen meestal niet efficiënt en zelfs contraproductief is om medewerking met immigratieprocedures te verzekeren. Immigratiedetentie heeft over het algemeen negatieve gevolgen voor case resolution aangezien het risico op detentie en gedwongen terugkeer er mensen van bij aanvang van weerhoudt om mee te werken met de overheid. Bovendien hebben de mentale en fysieke schade, veroorzaakt door detentie, een negatieve impact op de capaciteit van mensen om te voldoen aan immigratieprocessen. Immigratiedetentie wordt meestal ervaren als een extreme vorm van onrechtvaardigheid, aangezien gedetineerden het gevoel hebben als criminelen behandeld te worden, terwijl ze onschuldig zijn van enige misdaad. Dit onrechtvaardigheidsgevoel versterkt hun gevoel dat zij geen eerlijke kans gekregen hebben bij het doorlopen van procedures om een verblijf te verkrijgen.

Dit kan het moeilijk maken om begeleiding naar vrijwillige terugkeer te organiseren voor mensen, waarvan geoordeeld werd dat ze geen aanspraak maken op internationale bescherming. Zelfs een gedwongen terugkeer wordt soms zeer moeilijk te organiseren, als een persoon niet mee wil werken, zelfs als hij/zij wordt vastgehouden in een detentiecentrum.[1]

Hetzelfde onderzoek toonde aan dat er verschillende elementen noodzakelijk zijn om een succesvol alternatief te ontwikkelen, wat betreft kosten, medewerking met de overheid (compliance) en welzijn. Wij vernoemen er hier enkele van, die ons relevant lijken voor gezinnen in de Belgische context:

  • Er moet bij aanvang een evaluatieprocedure zijn, om een aangepaste opvolging te bepalen en alvorens, indien noodzakelijk, tot een toepassing van een alternatief voor detentie over te gaan. Deze initiële stap moet een individuele analyse van alle leden van het gezin inclusief de kinderen inhouden en kijken naar bvb. kwetsbaarheid, gezondheidsnoden, onderwijssituatie, voortraject, enz.
  • De begeleiding van de gezinnen moet holistisch zijn, gebaseerd op het idee van 'case management'. Deze aanpak is gericht op een duurzame oplossing ('case resolution'). In België werd zo bijvoorbeeld de methodiek van 'toekomsoriëntering'[2] ontwikkeld. Hierbij moeten alle opties om legaal in het land te verblijven en alle opties voor zelfstandige of begeleide vrijwillige terugkeer bekeken worden.[3]
  • Men moet zich ervan verzekeren dat personen goed geïnformeerd zijn en zo vertrouwen dat zij een eerlijke en tijdige procedure doorlopen hebben.
  • Contacten met de buitenwereld zijn noodzakelijk en moeten vergemakkelijkt worden, zodat gezinnen blijvend kunnen terugvallen op hun bestaande netwerk (in België, maar ook in het land van herkomst of ander land waar eventueel familieleden of vrienden verblijven).
 

[1] International Detention Coalition, There are alternatives. A handbook for preventing unnecessary immigration detention (revised edition), 2015.
[2] ‘Toekomstoriëntering’ is de naam van een model van hulpverlening aan mensen zonder wettig verblijf, dat werd ontwikkeld door organisaties die mensen zonder wettig verblijf begeleiden, op basis van het Vlaams Integratiedecreet. Toekomstoriëntering vertrekt vanuit het eigen migratieproject van de cliënt. Er zijn twee doelstellingen: (1) Mensen zonder wettig verblijf correct en volledig informeren over hun verblijfssituatie en hen laten nadenken over hun toekomstmogelijkheden. (2) Mensen zonder wettig verblijf versterken en activeren om een bewuste, realistische keuze te maken voor hun toekomst.
[3] “Begeleide vrijwillige terugkeer”: mensen keren terug met ondersteuning via terugkeerprogramma’s. “Zelfstandige terugkeer”: mensen keren terug op eigen initiatief, zonder bijstand van eender welke organisatie.

Een campagne van

Unicef
Mineurs en exil

In samenwerking met

Caritas
Ciré
Vluchtelingenwerk Vlaanderen
JRS